Zoeken

U bent hier: Home » Historie » Geschiedenis

Geschiedenis Keijenborg

Ontstaan

Het dorp Keijenborg is naar Nederlandse maatstaven een vrij jong dorp. In de zestiende eeuw was deze streek die bekend stond onder de naam ’t Gooi, een woest land van veen en bos. Het was in het bezit van de hertogen van Gelre. In 1531 zou Berend de havezathe ‘Cijbergen’ hebben laten bouwen, als voorloper van het huidige Booltinkcomplex. Rondom deze havezathe ontwikkelde zich langzamerhand de gemeenschap Keijenborg.

De zeer verspreid wonende gelovigen moesten naar Zelhem om daar hun godsdienstplichten te vervullen. De overlevering zegt dat er op de havezathe een huiskapel aanwezig was, waar een priester uit Zelhem bij tijd en wijle de mis opdroeg.

In 1582 werd het verboden openlijk het Rooms-Katholieke geloof te belijden. De kerkgebouwen van Zelhem en Hengelo gingen over tot de Hervormde godsdienst en de katholieken in de streek moesten zich behelpen met rondtrekkende priesters. De kapel van de havezathe was daarin een vast punt waarin samen gevierd kon worden. In 1669 wordt vermeld dat pastoor Simon Arnoldie (1669-1684) de H. Mis opdroeg in de kelder met kruisgewelf onder het boerenvoorhuis van de havezathe Cijbergen.

In 1686 is er sprake van een zelfstandige statie in Keijenborg met als patroon Sint Jan de Doper, waarin de priester Andreas van Dieren (1683-1717) als pastoor fungeert. In dat jaar wordt de gemeenschap het eerst Keijenburg genoemd. Ofschoon het openlijk belijden van het Roomse geloof verboden is, treden de autoriteiten steeds soepeler op. Men mocht een schuurkerk bouwen, mits deze in niets op een kerk leek. Her en der in de steden en op het platteland verschenen kerken die uiterlijk leken op burgerhuizen of boerderijen. In 1710 wordt de eerste schuurkerk gebouwd op het terrein van de havezathe, op de plaats van de huidige kerk.

De gemeenschap van gelovigen in Zelhem en Hengelo telde in die dagen ongeveer 900 gelovigen voor wie de kerk al snel te klein was. Pastoor van Dieren wordt opgevolgd door respectievelijk Lucas Petrus Becker (1720-1724) en Theodorus Spaen (1724-1751). De schuurkerk was al vele jaren eigenlijk te klein. Pas in 1839 krijgt pastoor Bernardus Berendsen (1839-1872) toestemming om een nieuwe kerk te bouwen.

Bouw kerk

In 1843 kon de nieuwbouw worden opgeleverd, samen met de pastorie. De kerk was een zogenaamde waterstaatskerk en werd tussen de schuurkerk en de voormalige havezathe gebouwd. De pastorie werd gebouwd aan het begin van de oprijlaan waar hij nu nog staat. In datzelfde jaar werd ook de nieuwe kerk gebouwd voor de gelovigen in Hengelo, eveneens een waterstaatskerk met een daarachter gelegen pastorie. Deze kerk staat er, in sterk gewijzigde vorm, nog. De kerk bleef bijkerk van de parochie Sint Jan de Doper en werd pas in 1862 zelfstandig.
In 1853 schenken enkele parochianen de huidige kroonluchters. In 1906 werd Theodorus Thuis (1906-1946) pastoor in Keijenborg. Gedurende zijn langdurig pastoraat zou Keijenborg zich onder zijn krachtige leiding verder ontwikkelen en uitgroeien tot een dorp waarin alle voorzieningen aanwezig waren. Onder zijn leiding kreeg het dorp zijn eigen katholieke school, de Sint Bernardusschool, in 1907. In 1926 werd het Maria Magdalena Postelgesticht voor bejaardenzorg, wijkverpleging, kleuterschool en huishoudschool opgericht.

De waterstaatskerk was inmiddels te klein geworden. In 1932 werd de nieuwe en huidige kerk geconsacreerd. De stoere kerk, die een uitstraling moest hebben van een degelijke, typische dorpskerk, werd gebouwd onder leiding van architect Jan Stuyt. Verschillende interieurstukken uit de oude kerk werden meegenomen, zoals de kroonluchters, de biechtstoelen, het hoogaltaar, godslamp en kruiswegstaties. De oude kerk bleef tot 1968 naast de nieuwe kerk staan en werd gebruikt als bewaarschool en voor het Wit-Gele Kruis totdat het afgebroken werd.

Pastoors

In 1946 werd pastoor Thuis opgevolgd door pastoor Johannes Alferink. Deze kwam door een noodlottig ongeval in 1962 om het leven. Hij werd opgevolgd door Gijs Dijkers.

Onder zijn leiding werd de oude tochtige pastorie geheel verbouwd. Het oude achterhuis en koetshuis werd afgebroken en in oude stijl herbouwd tot een leefbaar statig geheel met de oude pastorie. Onder zijn pastoraat kregen de vernieuwingen binnen liturgie en pastoraat een voorzichtig begin. In 1969 werd het dameskoor Sint Caecilia opgericht en twee jaar later het tienerkoor ‘De Keirakkers’ dat heden ten dage voortleeft als jongerenkoor onder de naam ‘Rejoice’. In de jaren zeventig rezen ook plannen om voor de parochianen in Zelhem, dat vanouds onder Keijenborg valt, een eigen kerkgelegenheid te bouwen. Dit plan moest worden afgeblazen. De Zelhemse parochianen komen twee keer per maand samen in het NPB-gebouw.

Langzamerhand zijn we onze jaren binnengegleden. Kerk-zijn is niet meer alleen de verantwoordelijkheid van de pastoor. Samenwerking is ook steeds meer geboden. De benoeming van de huidige pastoor is ook niet alleen voor Keijenborg, maar voor alle 6 parochies die deel uitmaken van sectie West. De veranderingen die met het Tweede Vaticaans Concilie in gang werden gezet moeten iedere keer weer getoetst worden aan het heden, aan de overgeleverde traditie van Gods Woord en kerk door de eeuwen heen. Een opdracht voor de toekomst!


Pastoors van Keijenborg


• Andreas van Dieren (1683-1717)
• Lucas Petrus Becker (1720-1724)
• Theodorus Spaen (1724-1751)
• Wilhelm van Dillen (1752-1767)
• aartspriester Johannes van Munster (1767-1783)
• Bernardus Meijer (1783-1806)
• Johannes Windhuis (1806-1839)
• Bernardus Berendsen (1839-1872)
• Johannes van der Straeten (1873-1883)
• Petrus Schreppers (1882-1903)
• Georgius Meijknecht (1903-1906)
• Theodorus Thuis (1906-1946)
• Johannes Alfrink (1946-1962)
• Gijs Dijkers (1962-1977)
• Cees van Zanten (1977-1993)
• Willie Zandbelt (1993-1999)
• Henk Jacobs (1999-2007)
• Hogenelst (2007-2015)

• Scheve (2015-     )